De Romeinse paleizen, ook bekend als thermae of balnea, waren overheidsgebouwen waarbij het volk zich kon ontspannen en afkoelen in een warme omgeving. Dit concept was uniek voor de oudheid en verspreidde zich door heel Europa dankzij de uitbreiding van het Roman Palace Romeinse rijk.
De geschiedenis van de thermae
Thermae waren al aanwezig in de oudheid, maar hun populariteit stond pas onder impuls van de Romeinen. De eerste Romeinse thermae werden gebouwd tijdens de republiek en groeiden uit tot een volwaardig openbaar badhuis met meerdere verdiepingen. Met de komst van het Keizerrijk, kwam er echter meer nadruk op de architectonische pracht die deze thermen moesten verlenen.
Vormgeving en constructie
Thermae konden in een grote variatie aan vormen worden ontworpen afhankelijk van hun omvang en richting. Algemeen gesproken bestond elk thermaalcomplex uit:
- Een hal, waarin men zich kon afkoelen,
- Badkamers, met stortbaden of badhuizen voor mannen,
- Eet- en receptieruimten voor zowel mannen als vrouwen.
De constructie van een thermaalcomplex was niet goedkoper dan andere overheidsgebouwen. In het algemeen bestond de bouw uit metselwerk, opgevuld met beton of gieten. Het interieur werd aangekleed met marmer en versierd met mozaïeken en fresco’s.
Kenmerken van Romeinse paleizen
De vormgeving en inrichting zijn echte zalen waar men naakt kon rondlopen, wat tot een speciale culturele betekenis leidde. Daarnaast was het thermaalcomplex een uitgebreide overheidsinstelling die niet alleen de fysieke, maar ook geestelijke ontspanning beloofde.
Zodra je door de poorten kwam, zou je eerst meteen in de reusachtige hal komen te staan. Deze ruimte had een plat dak en was vaak verlicht door luiken of zonnewijzers. Hier werd iedere bezoeker verwelkomd.
De architectuur van Romeinse paleizen is over het algemeen meer bekend als thermische dan thermaal, maar dit verschil wordt minder relevant geacht bij de beschrijving in deze artikelen.
Types en variaties
Voor ieder type stedelijke gemeenschap bestonden er verschillende vormen van thermaalcomplexen. Het is dus onmogelijk om een uniforme indeling aan te brengen. Over het algemeen kan echter de volgende categorisering gemaakt worden:
- Stads- en landthermae
In steden was deze vorm van badhuis op grote schaal veranderd in overheidsgebouwen waar mensen konden ontspannen. 2. Domeinthermae
Ook domeinerwarming werd aanwezig, maar de bezoeker moest wel zelf verwarmingsinstallatie plaatsen.
De omgang met thermaalcomplexen
Tijdens de Romeinse Keizertijd was de frequentie van badhuisbezoek niet te overzien. Men kwam hier zowel voor het verlengen van zijn lichaamskwaliteiten (afkoelen, wassen) als om aanwezigheid aan een specifieke groep toe te kennen.
Voor iedere bezoeker is er altijd de mogelijkheid gekomen zich eerst in een aparte hal met waterbad af te koelen. Daarna ging men verder naar de warmere badkamers voor zowel mannen als vrouwen, waarin stortbaden aanwezig waren. Vanaf Keizerlijk Rome werd het thermaalcomplex onder impuls van keizers tot een cultureel gebeuren dat ten volle een rol heeft gespeeld. Zo kwamen bezoekers samen om bijvoorbeeld te ontspannen in de thermen, maar ook met name voor sport en spelen.
Bij elke thesaurus vinden we echter niet veel over het feit of iedere thermaalcomplex altijd open was geweest vanwege onverwachte gebeurtenissen.
In alle gemeenschappen werd het badhuis zeker een van de meest prominente overheidsinstellingen. De verschillende Romeinse keizers bouwden steeds nieuwe gebouwen of veranderde ze in de tijd om hun rijk een speciale lichting te geven.
Een andere aspect was de afkeur die tegen het volledige badhuis werd getoond, maar al snel werden dit soort stukken vervangen door andere vormen van overheidsgebouwen.
